The Photoworks of Jean Ruiter
by Robbert Roos
Veel gelouterde kunstenaars krijgen op enig moment in hun carriere een
retrospectieve publikatie. Meestal een catalogus bij een tentoonstelling of een mooi
boek. Weinigen pakken het zo groots aan als Jean Ruiter. Zijn terugblik op tien jaar
door de wereld dwalen met de camera als bespiegelende metgezel is samengevat in
een monumentaal kunstenaarsboek. Een stapel kettingpapier opgeborgen in een
houten omslag. De foto's als mini-uitvoeringen van de originelen erbij geplakt.
Het kettingpapier is een mooie vondst. Door de jaren heen heeft Ruiter zich een kameleon
getoond wat stijl betreft, al is er wel een onderliggende rode draad door Ruiters voorliefde
voor de collage, de montage. Het kettingpapier benadrukt deze draad. Het toont de series als
een vloeiende en coherente opeenvolging van beelden. Het oeuvre wordt er een hecht
bouwwerk door.
Een indruk is voor Jean Ruiter nooit eendimensionaal. Ze is gelaagd en bestaat uit een
cocktail van emoties, associaties en rationele waarnemingen. Dit probeert hij in zijn werk te
weerspiegelen door steeds een element toe te voegen dat een extra laag aanboort, dat zorgt
dat er meerdere interpretaties en associaties mogelijk zijn. Een element dat onder de huid van
het onderwerp kruipt om er een nieuwe dimensie aan te geven. Een grapje soms, maar vaker
een hint voor een andere lezing van het getoonde dan de voor de hand liggende.
Japan is in het boek het vertrekpunt. Een kustlijn. In de bemiste verte nauwelijks zichtbaar
bergen. Op het strand staan twee palen met een stuk plastic ertussen gespannen. In ijle zwarte
lijnen zijn de contouren van de puntige bergen op het plastic aangegeven. Werkelijkheid en
poezie zijn in deze foto in een beeld gevangen.
Een paar jaar later, in 1990, is Mexico aan de beurt en meer specifiek de Maya-en
Aztekencultuur. Geensceneerde fotografie is nu het vehikel van verbeelding.
Een zittende mummie met een masker naast een kom met brood en een kan water. Op een vrij
letterlijke manier probeert Ruiter hiermee een oude Maya-rite te laten herbeleven.
Ineens is er dan de serie 'Urban Opera', met echo's uit de grote stad. 'Chelsea Hotel, New
York' (1992) is een broeierig beeld: een pornoblaadje opengeklapt op een bloemensprei. De
foto is bezaaid met inzetjes van zakenmannen in versnelde pas op weg naar hun werk op Wall
Street. Of gaan ze naar hun hotel?
In 'Women: sacrified and desired' (1992-1993) werpt Ruiter zijn blik juist op de vrouw. We
zien er een met haar benen gespreid, een reproduktie van Breugel's Toren van Babel ertussen
gemonteerd.
Zo rond 1993 is Ruiter terug in Japan. Prachtig is 'Noh-Disney'. Een volledig in het zwart
geklede figuur, tot aan het hoofd toe. Een wit masker bedekt het gezicht. Hierop zijn olijke
beelden van Mickey Mouse geprojecteerd. Het is surrealistisch en tegelijkertijd betoverend.
Het sacrale van de figuur en het banale van de projectie.
Ruiter laat door zijn hele oeuvre heen zien het formele niet te schuwen. In 'Deconstructions'
(1993) gaat hij aan de haal met kunsthistorische ikonen.
Rietveld's stoel vormt in mootjes gehakt een puntig bergje, een simpele keukenstoel is uit
elkaar gevallen tot een Picasso-achtige compositie en een in brokken geslagen koffiepot roept
herinneringen op aan Malevich en het Russische constructivisme.
Een jaar later zijn architectonisch ikonen de klos. De boog van Titus uit Rome, de
Dominikanerkerk uit Regensburg, Westminster Cathedral uit Londen, met simpele materialen
bouwde Ruiter er schaduwbeelden van in de Californische woestijn. De oude wereld duikt op
in de nieuwe wereld.
Terug naar de geconstrueerde fotografie. En het aloude thema man en vrouw. 'Corpus
Callosum' (1995): de vorm van een bodybuilder geknipt uit een pornoblad. So much for
machismo!
Ruiters laatse reeks is misschien wel het meest indringend van allemaal: 'Charcoals', een serie
apocalyptische taferelen gebouwd met brokken houtskool.
Een van de beelden die de kunstenaar creeerde is ontleend aan een wereldberoemde
gruwelijke foto: een standrechtelijke executie tijdens de oorlogin Vietnam. Op de
oorspronkelijke foto zijn de soldaat en het slachtoffer als identificeerbare individuen te zien.
Bij Ruiter zijn het schaduwen, waardoor de boodschap universeler is. De dood heeft zich in
de foto gematerialiseerd in de houtskool.
Of zoals A.D. Coleman, een van de vijf auteurs in het boek, het treffend verwoordt: 'Ruiters
werk heeft een aanklagende kant, vaak wijzend op dingen waarvoor we boete moeten doen.'
'Jean Ruiter, Photoworks 19198595' met teksten van Jonathan Green, Reinhold
Miselbeck, Edward W. Earle, A.D. Coleman en Cees Straus. Verkrijgbaar bij
Atheneum en De Verbeelding in Amsterdam. ?350,-.[uitverkocht]
Robbert Roos